MOSKEE ALRIDAA

VRIJDAGPREEK

Vrijdagpreek 11 december 2015


Onderwerp : Broederschap in de islam

 

Profeet saw werd gestuurd als een barmhartigheid naar de werelden en als de boodschapper voor alle mensen. Hij voedde een hele generatie op van mensen die samen met hem de zorg droegen van deze prachtige boodschap en hoe deze op de beste wijze te verspreiden.

Zij waren oprecht in hun daden en werden door de Islam broeders van elkaar. 

Allah de almachtige zegt  (interpretatie van de betekenis): 

“Slechts de gelovigen zijn broeders van elkaar.”  (Soerat al-Hoedjoeraat: 10)

 “En dankzij Zijn gunst werden jullie broeders (van elkaar).”  (Soerat Aali cImraan: 103)

Er was enorm veel liefde, respect en tolerantie tegenover elkaar. Zij waren zeer attent tegenover elkaar. Als iemand afwezig was werd hij opgemerkt als iemand ziek was of een bepaalde probleem had dan droeg iedereen de zorg mee en trachtte men te helpen waar mogelijk. 

In de Quran leren wij:

 “Helpt elkander in het verrichten van het goede en godsvrucht. En helpt elkander niet in het verrichten van de zonde en agressie.”    (Soerat al-Maa’idah: 2)

Hoe komt het dat wij de dag van vandaag deze voorbeelden niet volgen? Wij leven momenteel in verdeeldheid, haat , jaloezie, enz… 

De reden is omdat wij ver verwijderd zijn van de richtlijnen die wij moeten volgen. 

Hoe dienen wij met elkaar om te gaan

    • Het voorbeeld van de moslims is te vergelijken als een lichaam, als een deel van het lichaam pijn doet dan voelt het hele lichaam dat aan. M.a.w. men draagt mee de zorg van een ander en men probeert te helpen waar mogelijk.
    • Een moslim moet zijn broeder onvoorwaardelijk steunen en mag zich niet schuldig maken aan zaken die een scheiding kunnen veroorzaken zoals roddelen, lasterpraat en het bespotten van elkaar. Een moslim mag een moslim zelfs niet met een woord kwetsen, laat staan dat hij hem slaat. De Profeet (vrede zij met hem) zei: “het uitschelden van een moslim is verdorvenheid, en hem bestrijden is koefr (ongeloof)”   
    • Een moslim dient zich rechtvaardig en vriendelijk op te stellen tegenover zijn broeders. Dat hij enkel en alleen de waarheid spreekt, zich onthoudt van alle vulgaire taalgebruik, liefdadigheid geeft aan de armen, de behoeftige enz.
    • Een moslim wenst voor de anderen wat hij voor zichzelf wenst. De Profeet (vrede zij met hem) zei: “De moslim is de broer van de (andere) Hij begaat geen onrecht tegenover hem, overhandigt hem niet (aan de vijand) en laat hem niet in de steek.” 
    • De moslim mag niet neerkijken op andere moslims en hen vernederen. De Profeet (vrede zij met hem) zei: “…Alles (wat toebehoort aan) een moslim is Haraam (verboden) voor de andere moslim, zijn bloed, zijn bezit en zijn eer.” 
    • Wees geen overlast voor de anderen. Profeet (vrede zij met hem) zei: “een moslim is hij die de moslims niet tot overlast is met zijn tong en hand…”    
    • Let op de omgang met de buren. Profeet (vrede zij met hem) zei: diegene die zijn buurman slecht behandelt heeft geen Imaan (geloof), hij (vrede zij met hem) zei namelijk: “Bij Allah, Hij gelooft niet, diegene wiens buurman niet veilig is voor zijn kwaadwilligheden.”
    • Zorg ervoor dat je niet tot de slechtste mensen behoort. Profeet (vrede zij met hem) zei:: “De slechtste onder de mensen is diegene die door de mensen vermeden wordt uit angst voor zijn kwaadwilligheid.”

 

Vergiffenis

Eén van de eigenschappen van de gelovigen is dat zij hun woede onderdrukken en de mensen vergeven.

Men zou het kwade niet met het kwade moeten bestrijden maar met het goede.

Een gelovige zou zijn controle niet mogen verliezen en vallen in emoties.

De gelovige die zijn woede onder controle houdt, ook al heeft hij de capaciteit om te reageren of de andere op dezelfde manier te behandelen, deze gelovige mag een enorme beloning verwachten bij ALLAH swt. Op de dag des oordeels, wanneer dat alle mensen samengebracht worden,  wordt de gelovige bij naam geroepen en wordt beloond door ALLAH swt met al wat hij, zij wenst.

En Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En haast jullie naar vergeving van jullie Heer en een Tuin, zo groot als de hemelen en de aarde; het is bereid voor degenen die aan hun plicht voldoen: Degenen die uitgeven in voorspoed en in tegenspoed en degenen die (hun) boosheid bedwingen en mensen vergeven. En Allah heeft degenen die goed doen (aan anderen) lief.” (sourat Aali Imraan:133-134)

Voor de afsluiting zouden wij de volgende zin uit de qur’an moeten toepassen:

“En houdt allen vast aan het koord (geloof) van Allah en weest niet verdeeld.”  (Sourat Aali Imraan: 103)