MOSKEE ALRIDAA

ARTIKELS

SALAFISME IN DE 21STE EEUW EEN ANALYSE


Salaam Aleykoum broeders en zusters,

Met de nieuwe afdeling ARTIKELS willen we islamitische gefundeerde achtergrondinformatie verstrekken ,in de eerste plaats aan de jongere bezoekers van deze website.

We beginnen met een informatieve reeks in drie delen over het Salafisme , geschreven door de broeder Farid Peeters , die zijn toetemming gaf dit te publiceren.

Djazakkalah broeder voor je inzet moge Allah je belonen voor je werk, het is zéér duidelijk en neutraal geschreven.

Ter informatie voeg ik een brochure uit 2018 bij ,uitgegegeven door de Belgische Staatsveiligheid, betreffende het salafisme in Belgie, kan je ook een andere invalshoek bekijken.

Maa salaama

De webmaster.


1) Definitie: Wat is salafi Islam?

Wat is nu precies Salafi Islam? Bij gebrek aan een  unanieme definitie stel ik voor om de moderne Salafi verschijnselen te verduidelijken.  We zullen dit doen aan de hand van een overzicht van het begin, een beoordeling van de specifieke kenmerken en de manifestaties ervan bij de verschillende hedendaagse groeperingen.  Verder zullen we de positieve en de minder positieve kenmerken opsommen die het huidige salafisme voortbrengen in Islam en in de mondiale samenleving.

Binnen de context van onze moderne wereld, of nauwkeuriger in de afgelopen halve eeuw is de term salafi ontstaan om een bepaalde Islamitische methodologie te beschrijven.   Het ambitieuze doel daarvan is het exacte naleven van het profetische voorbeeld via de praktijken en overtuigingen van de vroegste generaties van de Islam. Dit komt voort uit het feit  dat de eerste 3 generaties het dichtst hebben geleefd bij de tijd van de profeet Muhammad  ?. Deze tijd wordt immers aanzien als de belichaming van de profetische sunnah en van de zuivere Islam.

Aangezien de term verwijst naar een methodologie moeten we eerlijk zijn in onze analyse. Het gaat niet om een bepaalde  gemeenschap of groep van gelovigen.  Het generieke karakter van deze term wordt verder geïllustreerd door het feit  dat meer dan een dozijn verschillende groepen ofwel zich identificeren als Salafi, in zoverre dat zij geloven zelf op de salafi manhadj (methodologie) te zijn, of ze hebben geen bezwaar tegen de term die hen wordt toegeschreven, zelfs al gebruiken ze deze zelf niet. Het is vermeldenswaardig dat elk van deze groepen beweert de correcte toepassing van het zuivere salafisme te claimen. Dit betekent dat voor iedere groep de andere groep niet representatief is voor ´het ware salafisme´. Dit geweten, is het belangrijk om de verschillende punten van overeenstemming te weten, als de verschillen waar ze onenigheid over hebben.

1.1 Punten van consensus tussen salafistische bewegingen:

Er zijn een aantal algemene kenmerken die aanwezig zijn in alle verschijningsvormen van het salafisme, zonder enige uitzondering. In het bijzonder:

1) Iedere groep beschouwt zichzelf als correct in het toepassen van de leringen en overtuigingen van de salaaf al-Salih. In het bijzonder, middels het theologische geloof dat is overgeleverd van hen (meestal de ‘athar?’ credo ‘).

2) Zij categorisch elke mogelijkheid van metaforische of symbolische interpretatie van de Goddelijke Namen en Eigenschappen (Tawhied al-asm?’ wa’l-Sifaat), een kenmerk van de sekten, zoals de Moe’tazilah en Ash?’irah verwerpen.

3) Ze absoluut Gods exclusieve recht bevestigen om aanbeden te worden (Tawhied al-Uluhiyyah) en weerleggen iets dat dit direct gevaar zou kunnen brengen, of er toe kan leiden. Vandaar syncretische praktijken van bepaalde soefi’s (bijvoorbeeld extreme heilige verering, voorspraak van de doden, enz.) worden veroordeeld.

4) Ze tegen alle laakbare innovaties (bid’ah) zijn en zich distantiëren van degenen die het toeschrijven aan hen (Ahl al-bid’ah). Er is vooral felle oppositie tegen Shi’isme, met name vanwege de sjiitische leer van het distantiëren van de meeste van de metgezellen.

5) Ze maken meestal gebruik van de juridische en theologische opvattingen van Shaykh al-Islam Ibn Taymiyya (d. 728/1328). Het is belangrijk op te merken dat men echter Ibn Taymiyya zelf niet verantwoordelijk kan zijn voor dit salafisme van deze tijd, en noch beschouwd kan worden als een voorloper van de hedendaagse salafistische beweging, Ze zien zichzelf als zonder een enkele oprichter na de Profeet Muhammed ?.

1.2 Twistpunten tussen salafistische groepen

Terwijl er algemene overeenstemming is over het bovenstaande, zijn er tal van zaken waarin onenigheid is in overvloed. Elk punt van geschil komt tot uiting in een spectrum van meningen. De voornaamste zijn:

1. Hun positie ten opzichte de validiteit en de noodzaak van één van de juridische wetscholen (madhaahib):

De talrijke salafi vertakkingen houden tegenstrijdige standpunten met betrekking tot de uitspraak op vast te houden aan een bepaalde madhhab, zozeer zelfs dat het een bron van spanning onder hen is geweest.

a) Ontoelaatbaar: verzet tegen de heiligverklaring van de scholen van de wet was van oudsher een kenmerk van de Zahiri wetschool (van Ibn Hazm, d 456H).. De moderne opleving van deze ‘anti-madhhab’ trend kan worden teruggevoerd naar Muhammed Hayat Al-Sindhi (d. 1163), die al-San’ani (d. 1182) beïnvloedde, al-Shawkaani (d. 1250), Siddieq Hasan Kh?n ( d. 1307), [1] en, meest recent, Naasir al-Dien al-Albaani (d. 2000). Al deze personen waren uitgesproken anti-madhhabist.

b) Ontmoedigd, maar niet ongeldig: sommige salafistische bewegingen staan toe ??dat de leek naar een madhhab kan terug grijpen in tijden van nood. Indien hem een sterkere opinie met daliel (sterker bewijs) bekend is gemaakt, dient hij dit te volgen.

c) Toegestaan: Het in grote lijnen volgen van de soennitische islam middels het volgen van een madhhab is aanbevolen of verplicht voor een leek moslim, en dit wordt ook gevonden in sommige onderdelen van de salafistische islam. Muhammad b. ‘Abd Al-Wahhab (d. 1206), is de ware kampioen van de ‘Najdi da’wah’. Hij werd beïnvloed door al-Sindhi in de theologie, maar bleef een toegewijde volgeling van de Hanbali wetschool.

2. Afkeer van ahl al-bid’a.:

Theoretisch distantiëren alle salafi’s zich van religieuze innovaties en degenen die zich ermee bezig houden en het uitdragen. Echter, de omvang en de methode van hoe deze dissociatie op praktisch niveau wordt toegepast varieert van groep tot groep en van geleerde tot geleerde.

Degenen met de meest strikte houding op dit punt hebben de volgende houding: als persoon B zich associeert met persoon A die voor hen bekend is als afwijkend, dan wordt persoon B ook verklaard als afwijkend. Als persoon C zich dan associeert met de voor hen afwijkende persoon B, dan wordt hij ook een afwijkende, zo door, tot vervelens toe. Het ongelukkige, maar voorspelbaar product van dergelijke houding en oordeel is verdere verdeeldheid en versplintering binnen de salafistische gemeenschap en de hele moslim gemeenschap in geheel.

Deze methode kent als bepalende groep deze van de Madkhalies (studenten van de Saoedische Shaykh Rab?’ bin Haadi al-Madkhali), die deze praktijk als legitiem beschouwde als een gevolg van de wetenschap van al-Jarh wa al-ta’d?l (de wetenschap van de ‘hadith kritiek ‘, waarbij hadith specialisten bepalen of de overleveraar betrouwbaar is of niet). De afgelopen jaren is de populariteit van de Madkhali tak  aanzienlijk afgenomen, veel niet-Madkhali salafisten nemen een onbuigzame houding aan ten opzichte van dit punt en weigeren  zelfs categoriek toenadering te zoeken met personen van verschillende standpunten en weigeren hen uit te nodigen op hun conferenties en bijeenkomsten.

Echter, sommige salafi geleerden en groepen kiezen voor een mildere houding in dit opzicht, en zijn bereid om de samenwerking mogelijk te maken met een aantal niet-Salafi gemeenschappen (bijvoorbeeld, de samenwerking met Deobandi, maar niet met shi’ieten).

3. Theologische positie ten opzichte ‘Imaan’ (geloof), of acties een deel vormen dat vereist is of dat het ondergeschikt is aan Imaan.

Het onderwerp Imaan en wat dit juist inhoudt is een actuele vraag die ontstond in de tweede helft van de jaren 90 toen Sh. al-Albaani verklaarde dat acties of daden niet noodzakelijk een onderdeel van Imaan zijn. De standaard salafistische opinie en de expliciete opinie van Ibn Taymiyya en de geleerden van de Athar? theologie, was dat bepaalde acties een noodzakelijke eis zijn van geloof en het ontbreken van dergelijke acties de aanwezigheid van Imaan tegenspreken

4. Het niveau van trouw en gehoorzaamheid in de richting van een islamitische heerser (??’at Wali al-AMR), en de hoeveelheid van politiek activisme dat is toegestaan.

Dit punt is een grote en ingewikkelde zaak, en misschien wel het meest voor de hand liggende probleem van onenigheid buiten de beweging. Het niveaus van politiek activisme en politieke dissidenten, en de noodzaak van trouw en loyaliteit aan de islamitische heersers, en de ‘islam’ van een onwettig vorst, zijn theologische ‘grijze’ gebieden die verschillende salafistische geleerden hebben geprobeerd om over te onderhandelen in het huidige steeds veranderende politieke klimaat. Het kan als volgt worden samengevat:

a) Kritiek op een legitieme uitspraak of leerstellig van een autoriteit is verboden en komt neer op zonde en afwijking. Sommige salafisten, in het bijzonder de ‘mainstream’ Saoedische salafisten en Madkhal?s, zijn zeer pro-regering.

b) Het vragen en adviseren van het heersende gezag is een gevolg van ´al-amr bi’l-Ma’roef wa’l-Nahy’an al-munkar´ (‘het adviseren van het goede en het verbieden van het kwaad’). Sommige salafisten bekijken het als een mogelijkheid om een onderdrukker te stoppen met het plegen van zijn onderdrukking. Voorbeelden hiervan zijn de Sahwa geleerden van Saoedi-Arabië, die hieronder zullen worden besproken.

c) Het in vraag stellen van de legitimiteit van alle heersers van moslimlanden. Er zijn een aantal salafistische groepen die al de heersers van moslimlanden hieronder rekenen (of: alleen degenen die niet regeren door de Sharia), al hun oordelen zijn onwettig en ze beschouwen hen als ongelovigen, wier legitimiteit zou worden betwist, wellicht met geweld.

5. De kwestie van takfier (zij die vinden dat het geloof van een moslim ongeldig is), en met name takfier van de heersers die niet oordelen volgens de wetten van de Sharia (al-Hukm bi ghayr m? anzal Allah). Nogmaals, er is hier een spectrum van advies.

a) heersers van moslimlanden die oordelen door seculiere wetten zijn gelovigen.

Sommige geleerden, zoals de vorige grootmufti van Saoedi-Arabië,’Abd Shaykh al-Aziez bin Baaz (d. 1999) en Shaykh al-Albaani, was van mening dat een heerser die oordeelt door seculiere wetten, nog steeds een gelovige is (tenzij bepaalde voorwaarden die moeilijk te controleren zijn bestaan). Zij voerden aan dat dit een zonde is maar het verdrijft hen niet uit islam.

b) dergelijke heersers worden behandeld als moslim, en gehoorzaamd voor het grotere goed van de gemeenschap, maar de actie van de uitspraak door een ander dan Allah is grote kufr. Dit is de mening van veel middle-of-the-road salafisten, zoals Shaykh Muhammad b. Salih al-‘Uthaym?n (d. 2001).

c) Heersers van moslimlanden die regeren door wereldlijke wetten zijn in kufr, en de regel is onwettig en hun geloof ontkend; vandaar is trouw aan hen nietig. Deze groep bestaat uit de hard-liners, vertegenwoordigd door figuren als Ab? Muhammad al-Maqdisi en Abu Mus’ab al-Suri, wiens geschriften een inspiratie zijn voor  jihadistisch-salafistische bewegingen, die ons leidt naar ons volgende punt.

6. Positie met betrekking tot de jihaad.

De meerderheid van salafisten zijn ook pacifisten. Er is echter een kleine minderheid binnen de totale salafistische beweging die die een meer ‘militaristische’ houding innemen. Zij beschouwen een militaire jihaad als een bindende verplichting, hetzij op bepaalde segmenten van de Ummah, of op alle in aanmerking komende leden van de Ummah. Ze richten zich op een of beide van de volgende:

i) het verwijderen van wereldlijke heersers van moslimlanden.

(ii) het handhaven van eeuwigdurende strijd tegen niet-islamitische regeringen die militair hebben ingegrepen in moslimlanden.

Alle punten die hierboven zijn aangehaald zijn logischerwijze wel nauw verbonden met elkaar. We zien dan ook dat degene met de meest radicale houding sneller aan takfier zal doen dan de andere. Het uitspreken van takfier is vaak het begin van een militaire jihaad.

1.3: De meest gekende salafi groepen:

Mainstream Saoedische salafisme:

Is de grootste en meest prominente van de salafistische groepen, zoals wordt geïllustreerd door de meerderheid van de Saoedische geestelijken. Deze geestelijken doorgaans houden aan een madhab (bijna altijd de Hanbali), zijn pacifist, en trouw aan hun heersers. Deze groep, zoals vertegenwoordigd door de Saoedische wetenschappelijke gemeenschap, vermijdt takfier, en blijft vocaal kritisch over extremistische jihaad groepen.

Shaykh al-Albaani’s Jordaanse onderdeel van het salafisme:

Een andere belangrijke groep in termen van aanhangers, ze zijn zeer anti-madhhab, en pleiten voor een strikt Daliel-gebaseerde jurisprudentie. Politiek zijn ze zijn de stilste en willen liever niets te maken hebben met heersers of jihadistische salafisten en trachten dit dan ook te vermijden. Deze groep heeft echter ook de neiging om de meest letterlijke opinie in fiqh te volgen zijn ook strikt in de toepassing van het begrip bid’a aan praktijken die de meeste andere salafi zouden zien als onschuldig. (bijvoorbeeld het geven van Adhaan in de moskee, of  het gemerkt zijn van rijen op de tapijten van het bidden, of anders dan drie stappen op de minbar, enzovoort).

De Sahwa beweging van Saoedi-Arabië:

Is betrokken geweest bij vreedzame politieke hervormingen, zonder de omverwerping van de heersers. Geestelijken zoals Shaykh Salman al-Oadah en Shaykh Safar al-Hawali zijn vertegenwoordiger van deze trend. Voor het grootste deel, heeft deze groep bewezen politiek zeer actief te zijn op social media; als gevolg hiervan hebben zij enige mate van massale aantrekkingskracht bij de meer opgeleide jongeren vergaard. Hun zorg voor moslims is gemanifesteerd in hun actieve betrokkenheid bij de strijd tegen de sociale problemen in de samenleving.

De Madkhali trend:

Is een kleinere sub-sekte van de Saoedische salafisten. Ze zijn de meest unieke groep in die zin dat ze het meest afwijken van de algemene Salafi trend. Hun methode zorgt voor de meest verdeeldheid. Deze trend lijkt zich vrijwel uitsluitend te concentreren op andere individuen en of die individuen op het juiste Salafi pad zijn of niet. De Madkhl?s splinteren continu onderling, ´To be or not to be´ is hun motto, in’ of ‘uit’ de manhadj. Ze zijn wel een slinkende gemeenschap, zoals blijkt uit de schrille wanhoop van hun hysterische weerleggingen en de minimale impact van deze weerleggingen.

Egyptische salafisme:

Vertegenwoordigen ook een breed spectrum van standpunten – is, voor het grootste deel, in wanorde sinds de Arabische Lente. Typisch, Egyptische salafisten zijn het meest beïnvloed door de Jordaanse-Albaani tak, en dus zijn ze zeer letterlijke in fiqh. Er is ook een Madhkhal? gelijkwaardige onder de Egyptische salafisten. Zoals in alle landen is er ook een groep met radicaal andere politieke oriëntaties. De belangrijkste tak, de Noer Partij, heeft een trouw pro-Sisi standpunt, terwijl anderen apolitiek blijven, en sommige komen uit kritiek op het huidige regime. We zijn momenteel getuige van een grote revisie in het Egyptische salafisme, en het is te vroeg om de verschillende posities die zijn overgenomen en de nuances die zijn ontstaan volledig te kunnen beoordelen.

Takfiri salafisten:

Deze benadrukken de typische takfier kwesties, met name het maken van Takfier tegen niet-shar’i heersers, maar roepen niet op tot de jihaad tegen hen, omdat (vanuit hun perspectief), de tijd niet goed is en de omstandigheden niet geschikt zijn. Typisch aan deze groep is dat ze zich afzetten tegen het westerse buitenlands beleid tegen de moslims en hun land en de hypocriete standpunten van de islamitische autoriteiten. Er is een overkoepelende preoccupatie met de notie van wal?’ wa-l-bar?’ (trouw en ontrouw), die zich het meest manifesteert in hun verdediging van alle moslimgroepen die vechten tegen het Westen, ongeacht de legitimiteit van hun tactiek. Ze zoeken frequent hun toevlucht tot takfier wat vaak resulteert in het bepalen van hypocrisie (nif?q) en ongeloof (kufr) op hun critici. Deze groep deelt veel met de Madkhal?s in termen van manieren en hardheid, maar blijft trouw in tegenstelling tot hen, vanwege hun verschil van mening over islamitische regeringen. Hedendaagse persoonlijkheden binnen deze strekking van het salafisme zijn Ab? Muhammad al-Maqdisi en Abu Mus’ab al-Suri; ze hebben een kleine maar toegewijde aanhang in het Westen (voornamelijk samengesteld uit jonge mannen beïnvloed door de Amerikaanse geestelijke Anwar al-Awlaki, die werd vermoord door een gerichte Amerikaanse drone-aanval in 2012). Terwijl de meeste leden van deze groep zich niet actief bezighouden met jihaad, Hun geschriften leggen de basis voor de positie van de volgende groep.

Radicale jihadistische salafisten:

Omvat radicale theologische en politieke standpunten, deze tak van het salafisme omvat militante organisaties als al-Qaeda en IS. Er is een duidelijk onderscheid tussen deze twee laatste categorieën, terwijl vele het echter zien als hetzelfde of denken dat ze dezelfde ideologie hebben. Het is het vermelden waard, hier, dat ze beide wel wat theologische overeenkomsten hebben met de salafi methodologie, ze zijn echter meestal veroordeeld door alle andere salafi’s op grond van hun strijdbaarheid. Bovendien, deze groepen benadrukken kwesties die de meeste anderen salafisten niet (zoals hun versie van de jihad) en negeren kwesties die mainstream salafisten zouden bespreken. (Voor de goede orde dient te worden opgemerkt dat deze groepen ontstaan ??uit een unie van versplinterde subgroepen van de Moslim Broederschap en Saoedi-salafisme in de vroege jaren 1980 – dus, technisch gezien, zijn ze niet van ‘pure’ salafistische oorsprong).

Boven de summier en onvolledige lijst, toont het probleem in het toerekenen van de term ‘salafi’ één van deze groepen, aangeduid. Het bestaan ??van zo veel onenigheid tussen de verschillende salafisten benadrukt het zeer reële probleem van het beschrijven als ‘salafistisch’ als een collectief geheel: geen van deze afzonderlijke groepen is representatief voor het salafisme in zijn geheel.

 

In de artikels die volgen zullen we stilstaan bij de positieve en minder positieve invloeden van het salafisme en zullen we een eindconclusie maken insha Allah.